Rekenendoen   Klas 2 ***

  Start hieronder met het vak rekenen.
  De website bestaat uit verschillende youtube 
  instructievideo's, extra uitleg en quizzen.

  Studiewijzer      pdf boek
 
  Blok 1
  Blok 2
  Blok 3
  Blok 4

     HOME

 


                 







 1 plussommen

   Op het hectometerpaaltje staat 78,1.  Dat betekent 78,1
   kilometer. Op het volgende paaltje staat 78,2.
   Hoeveel meter is het verschil?

      

 trefwoorden: decimaal,  optelsom, hectometerpaal.








 2 minsommen decimale getallen

  Op de kilometerteller van de auto staat een afstand van
  435,4 kilometer. Gisteren stond de dagteller op 225,2 kilometer.
  Hoeveel kilometer heeft de auto in die tijd gereden?

      

 trefwoorden: decimaal,  minsom, kommagetal, heel getal.








 3 Vermenigvuldigen

  Elin traint 3 keer in de week op de atletiekbaan.
  Hierbij rent zij 8,5 kilometer per keer.
  Hoeveel kilometer loopt Elin in totaal in 1 week?

   

 trefwoorden: kolomsgewijs,  cijferen, kommagetal, heel getal.








 4 Delen

  De vader van Lodewijk betaalt 270 euro voor de entreekaartjes
  bij de kassa van het pretpark. Zij gaan in totaal met
  5 personen naar het pretpark. Hoeveel kost 1 kaartje?

      

 trefwoorden: kolomsgewijs,  cijferen, kommagetal, heel getal.








 5 Afronden

  Tijs betaalt voor de boodschappen in de winkel
  een prijs van 17,93. Hoeveel geld moet hij betalen
  als hij contant afrekent.

        

   trefwoorden: afronden,  decimaal, kommagetal, deci delen.








 6 Volgorde van bewerkingen

  Joy en Jasmin gaan in de herfstvakantie 4 keer
  naar de bisocoop. Elke avond betalen zij samen 30 euro.
  Hoeveel euro heeft het voor elk gekost?

   trefwoorden: haakjes,  vermenigvuldigen en delen, optellen en aftrekken.




              







 7 Breuken optellen

  Een ijsberg ligt voor 90% onder water.
  Dat is 9/10 deel. Hoeveel tienden zie je boven water?

     

 trefwoorden: Breuken vereenvoudigen, decimale getallen, optellen








 8 Breuken plus- en minsommen.

  Aan de sportdag doen 240 leerlingen mee.
  5/8 deel is bezig met de warming-up.
  Hoeveel kinderen doen niet mee met de warming-up?.

        

 trefwoorden: breuken helen, niet gelijknamige breuken, minsommen met breuken.








 9 Breuken vermenigvuldigen

  Al het fruit kost samen 3,50 euro.
  Ik bestel 3/5 deel. Hoeveel moet ik betalen? 

 

       
 trefwoorden: percentage, korting, van percentage naar breuk.








 10 Breuken decimale getallen en procenten

  Aan de leerlingen van het Calvijncollege is gevraagd hoeveel
  huisdieren zij hebben. Hoeveel procent van de leerlingen heeft
  geen huisdier?

       

 trefwoorden: percentage, korting, van percentage naar breuk.








 11 Procenten gegeven

  Familie Doorzon ging vorig jaar op vakantie.
  Hiervoor betaalden zij 2600 euro. Dit jaar gaan ze weer naar
  dezelfde vakantiebestemming. Nu betalen zij 2,5% meer.

       

 trefwoorden: percentage, korting, van percentage naar breuk.








 12 Procenten gevraagd

  In de winkel is de nieuwste smartphone te koop
  met 20% korting. Hierdoor betaalt Joep 25 euro minder dan
  vorige week. Hoeveel was de prijs van de smartphone
  vorige week?

           
   trefwoorden: percentage, korting, van percentage naar breuk.




             







 13 Negatieve getallen.

  Op een thermometer kan je de temperatuur aflezen.
  In de winter komt de temperatuur wel eens onder
  de nul graden Celsius. Getallen onder de nul noemen we
  negatieve getallen.

         
   trefwoorden: kleiner dan, groter dan, <  >  ,
vermenigvuldigen.








 14 Handig rekenen.

  Gijs heeft 154 op zijn bankrekening staan.
  In april stort hij 145 en in juni 64.
  Hoeveel heeft hij nu op zijn bankrekening staan?
 

   trefwoorden:
mooi rond getal maken, plus- en minsommen.








 15 Geld schatten.

  Sofie gaat naar de supermarkt. Voor haar moeder moet ze
  er om denken dat ze de kassabon mee neemt.
  Hierop kan je zien hoeveel korting je hebt gekregen.
 

   trefwoorden:
schatten, vermenigvuldigen, hoeveel krijg je terug, cijferen.








 16 vermenigvuldigen en delen.

  Op de bloemenveiling koopt Henk 10 000 tulpen.
  Hij maakt een boeket van 20 tulpen.
  Hoeveel boeketjes kan Henk maken?    
          

   trefwoorden:
kommagetal, verschuiven, stappen, links, rechts.








 17 Grote getallen

  Als je het over grote bedragen geld hebt, praat je over een ton.
  Praat je over een zwaar gewicht praat je ook over een ton.
  Maar, ze hebben een andere betekenis.
  1 ton in geld = 100 000 euro.
  1 ton in gewicht is 1000 kg.    

   

  trefwoorden: kommagetal, verschuiven, stappen, links, rechts.








 18 Delen

  Delen is het tegenovergestelde van vermenigvuldigen.
  Als je deelt controleer je het antwoord met een keersom.  
  54 : 2 = 26   --->    26 x 2 = 54  

     

  trefwoorden: kolomsgewijs delen, cijferen delen.
 



 
            







 19 eenheden van lengte

  Een volwassen man is ongeveer 1,80 lang.
  Dat is omgerekend 18 dm ofwel 1,80 meter.
  Weet jij hoeveel hm  2,5 km is?

     

  trefwoorden: lengte eenheid,








 20 eenheden van oppervlakte

  De vader van Nelles legt een nieuw terras aan. De afmeting
  van het rerras is 4,5 meter lang en 2,5 meter breed.
  De afmeting van de tegel is: 30 x 30 cm.
  Hoeveel tegels heeft hij nodig?

     

  trefwoorden: oppervlakte eenheid,








 21 eenheden van inhoud

  Alfred gaat pannenkoeken bakken, op het pak staat het recept.
  Hiervoor heeft hij ook onder andere 400 mL melk nodig.
  Hoeveel liter melk is dat?

     

  trefwoorden: inhoud  eenheid,








 22 eenheden van gewicht

  Marijke koopt een stuk kaas in de supermarkt.
  De kaas is vandaag in de aanbieding:
  '1kg kaas van 7,35 voor nu 6,50'.
   Maar ze heeft maar 400 gr. nodig. Hoeveel moet ze betalen?

     

  trefwoorden: gewicht eenheid,








 23 eenheden van tijd

 Nederlanders behoren niet tot de toppers als aankomt op het
 aantal uren voor de buis hangen.
 Gemiddeld kijken wij 2 uur en 15 minuten per dag naar de tv. 
 Hoeveel uur is dat per week? (bron: CBS)

     

   trefwoorden: rekenen met tijd,  eenheid.








 24 eenheden van snelheid

 Het wereldsnelheidsrecord door de mens aangedreven
 voertuig is de ligfiets: de snelheid was 113,78 km/h.
 Hoeveel m/s is dat?

     

   trefwoorden: rekenen met tijd,  eenheid.


 2015  rekenendoen.nl GMH Content Design / INFO kennisbox