Rekenendoen   Klas 2 *****

  Start hieronder met het vak rekenen.
  De website bestaat uit verschillende youtube 
  instructievideo's, extra uitleg en quizzen.


  Studiewijzer!
 

  Blok 1
  Blok 2
  Blok 3

     HOME



       






 1-1 Optelsommen en minsommen.

   Aylin koopt een auto met korting. De normale prijs 12 236 euro.
   Maar nu is auto in de aanbieding, de prijs is 9 625 euro.
   Hoeveel euro korting krijgt Aylin?

        








 1-2 Vermenigvuldigen en delen

  Cécile koopt een LED televisie. De prijs is: 896 euro.
  Zij wil graag het aankoopbedrag in 8 gelijke delen betalen.
  Hoeveel euro betaald Cécile per keer?

      
   trefwoorden: vermenigvuldigen,  delen, staartdeling, cijferend.








 1-3 Decimale getallen

  Marlies maakt tijdens haar vakantie een wandeltocht van 4 dagen.
  Op de eerste dag loopt zij een afstand van 17,4 km, de tweede dag
  14,8 km, de derde dag 12 400 meter en de laatste dag 10
km.
 

      
   trefwoorden: vermenigvuldigen,  delen, staartdeling, cijferend.








 1-4 Decimale getallen 'vermenigvuldigen en delen'

  Frank moet tanken, er gaat 36 liter brandstof in de brandstoftank.
  Bij de kassa moet Frank
52,20 afrekenen.
  Wat is de prijs van 1 liter brandstof?


   
    trefwoorden: staartdeling 1,  staartdeling 2, staartdeling, staartdeling met komma.









 1-5 Grote getallen

  Malynn koopt een andere smartphone met
  een geheugen van 16 GB. Hoeveel muziekbestanden van 4 MB
  passen op de smartphone?

   
     
   trefwoorden: megabyte,  gigabyte, waarde getal.








 1-6 handig rekenen

 
 Ruben  gaat met zijn zus en  ouders lekker uit eten.
   Ze bestellen 4 maaltijden van 18,50 en 4 drankjes van 1,50.
   Hoeveel moeten ze in totaal betalen?

      

     trefwoorden: formule,  volgorde, handig.

 

       






 2-1 Breuken

  De ene helft van de scholieren van het Lageveld College gaan
  op de fiets  naar school. De andere helft gaan met de bus
  en trein. Hoeveel procent gaan met de trein?

   

 








 2-2 Breuken vermenigvuldigen en delen

  Julia doet onderzoek naar het gebruik van de mobiele telefoon.
  Op school heeft ze 300 vragenlijsten uitgedeeld.
  Een deel van de leerlingen heeft de vragenlijst ingevuld.   

 








 2-3 Procenten

  Siem zit in een sportklas van 30 leerlingen. De leerlingen
  hebben een Duits proefwerk gemaakt. Hiervan hadden 6 een
  onvoldoende. Hoeveel procent is dat?

         

 trefwoorden: percentage, van percentage naar breuk, omgekeerd, van deel naar...








 2-4 Rekenen met procenten

  Jente gaat elke week trainen bij de indoor klimverenging
  de rotsklimmers. Hiervoor betaalt ze per jaar 35 euro.
  Per 1 januari. gaat de contributie omhoog met 4%.

   

 trefwoorden: van percentage naar geheel








 2-5 Verhoudingen

  Lena gaat naar de groenteboer en koopt aardbeien.
  500 g aardbeien kosten
1,60. Ze neemt 1,2 kg mee.
  Hoeveel euro moet Lena betalen?

   

 trefwoorden: verhoudingstabel, vergelijken, recept








 2-6 Gewicht, snelheid en tijd.

  Julie gaat twee keer per week naar de sportschool.
  Ze traint regelmatig met gewichten.
  Hoeveel ton aan gewicht heeft Julie in haar hand?

       

 trefwoorden: omrekenen kg - ton, omrekenen km/h - m/s, met verhoudingstabel




       






 3-1 Schaal en lengte eenheid

  Frans gaat met vrienden op vakantie, dat doen ze op de fiets.
  Hiervoor hebben ze een fietskaart nodig, de schaal van
  de fietskaart is:   1 : 25 000.

   


 trefwoorden: rekenen met schaal, schaal in verhoudingstabel.








 3-2 Oppervlakte eenheden

  Stijn gaat een aantal deuren verven.
  De totale oppervlakte van de deuren zijn: 6 m2.
  Er staat op het verfblik van 0,8 liter: genoeg voor 2,5 m2.

  Hoeveel blikken heeft Stijn nodig?

   

  trefwoorden: oppervlakte eenheid, samengestelde figuren.








 3-3 Inhoudseenheden

  Het is warm zomerweer, Jan besluit het zwembad op te zetten.
  De afmeting van het zwembad is:  2m x 18dm x 0,8m
  Hoeveel liter water gaat er in het zwembad?

   

  trefwoorden: inhoud berekenen, omrekenen eenheden.








 3-4 inhouden en vergroten

  Jans laat een fotovergroting maken van zijn favoriete foto.
  De vergrotingsfactor is 4. Hoe groot moet
  de nieuwe fotolijst worden?

   

  trefwoorden: vergrotingsfactor, vergroten en verkleinen.








 3-5 vuistregels

  De wandelsnelheid is vaak verschillend, de een iets sneller
  als de andere. Een vuistregel voor de wandel of loopsnelheid
  is ongeveer 5 km/h.

     

  trefwoorden: vuistregels, ongeveer, vergroten en verkleinen.








 3-6 aflezen uit tekeningen

  Tekeninglezen. In en tekening staat veel informatie over
  de vorm en de afmetingen van het voorwerp. Op basis
  hiervan kan jij je hier een voorstelling van maken.

   

  trefwoorden: vuistregels, ongeveer, vergroten en verkleinen.








 


 2015 © rekenendoen.nl • GMH Content Design / INFO kennisbox